Zorgcentrum Roomburgh opent zijn deuren voor Von Münchhausen-gezelschap 

‘Ik dacht dat het een eliteclubje was’

Nieuwkomer Martijn Steysel zoekt mens achter de regeling

Dat is wat je noemt een mooie binnenkomer. Martijn Steysel snuffelde in juni voor het eerst rond tijdens een bijeenkomst van de Leidse Von Münchhausenbeweging. De 34-jarige adjunct-directeur van R.K. Zorgcentrum Roomburgh was meteen verkocht. Nu krijgt hij op maandag 7 september meteen het hele gezelschap op bezoek, want de sociale wijkteams bleken andere verplichtingen te hebben op deze avond.

“Het heeft intern nog wel wat voeten in de aarde gehad”, zegt Martijn lachend. Maar wie A zegt moet ook B zeggen, vindt hij. En had de nieuwkomer zich in juni niet enthousiast aangemeld voor de volgende bijeenkomst, in november? Nou dan. September is slechts één bijeenkomst eerder. En bij Von Münchhausen is nee geen optie, zo veel had Martijn na één keer al wel opgestoken.

“Bij mijn entree, op uitnodiging van ‘baron’ Frank van Rooy (van Radius), was ik aangenaam verrast. Von Münchhausen Leiden kende ik nog helemaal niet. Ik dacht dat het een eliteclubje was dat wat zat te netwerken. Maar juist een beweging – het wordt zegt het al – spreekt mij enorm aan. De aanpak van een concreet probleem sluit aan bij mijn  manier van werken. Ook ik houd ervan om dingen in beweging te zetten. Ik krijg er energie van. Alleen kom je door de drukke dagelijkse realiteit te weinig toe aan sparren met andere partijen. Bij Von Münchhausen kan dat. Ik vind het waardevol om buiten de gebaande paden oplossingen te zoeken voor problemen. Te vaak doen we dat door alleen vanuit onszelf of onze eigen organisatie te redeneren.’’

Hoewel de ontvangst van ruim veertig gasten een extra inspanning vergt, verheugt Martijn zich op de aanstaande bijeenkomst. Hij kan maandag tonen wat het rooms-katholieke zorgcentrum, net zo schitterend als strategisch gelegen aan het Rijn-Schiekanaal, waard is. Sinds de verbouwing van vorig jaar is het gebouw ook van binnen tiptop, met als sieraad de zelfstandige keuken. “Een proef met gemaksvoedsel pakte wat mij betreft negatief uit. Zelf koken is veel lekkerder.  We koken niet alleen voor onze 80 bewoners, maar ook voor mensen uit de wijk. En maandag dus ook voor onze gasten.”

Als kleinschalige zorginstelling legt Roomburgh de lat graag hoog. “Wij hebben nieuwbouwplannen en willen van betekenis zijn voor de wijk.” Dat de aanpak aansluit, blijkt uit de wachtlijst van honderd mensen, met een wachttijd van 2 jaar. De rooms-katholieke signatuur (“Roomburgh staat daarom open voor alle gezindten”) blijkt onder meer uit de inpandige kapel, die dagelijks wordt bezocht en ’s zondags doorgaans vol zit. “De oudere generatie heeft hier duidelijk behoefte aan. Er zijn zelfs mensen uit andere provincies die hier wonen, omdat ze bijvoorbeeld onze pastoor kennen of graag in een katholiek zorgcentrum verblijven.”

Martijn kennen de bewoners ook, en andersom kent de adjunct-directeur alle bewoners en medewerkers persoonlijk. “Ik ben graag onder de mensen. Juist daarom heb ik als jurist (ministerie van VWS) mijn bakens verzet en bewust voor een baan in de zorg gekozen. Ik wil de mens achter de regeling zien. Spijt van mijn overstap heb ik nooit gehad. Wel ben ik erachter gekomen dat het in de zorg kei- en keihard werken is. De bureaucratie – vooral buitenshuis – zou ik wel willen missen. In plaats daarvan loop ik liever over de werkvloer.”

Maandagmiddag om vijf uur zal dat het geval zijn. Als gastheer van Von Münchhausen trakteert hij de bezoekers ongetwijfeld op een anekdote over Moeder Theresa. “Ik heb hem niet van mijzelf, maar van onze directeur.” De kern van het betoog komt erop neer dat zij met onze bureaucratische manier van zorgverlening toch niet uit de voeten zou kunnen om mensen te helpen. Ook zij zou het waarschijnlijk eerder op zijn Von Münchhausens doen: “Nee is geen optie.”