‘STUV had ellende kunnen voorkomen’

Anker voor uitgeprocedeerde vluchtelingen verdwijnt uit Leiden

De grap is gauw gemaakt. Deelnemers aan de Von Münchhausen-bijeenkomst moeten het straks maar doen met water en brood. Gastheer is namelijk STUV (Stichting Uitgeprocedeerde Vluchtelingen), de laatste jaren ook bekend van de bed-, bad- en broodregeling voor deze kwetsbare doelgroep.

Verder valt er momenteel weinig te lachen in het gebouw aan het Maansteenpad in Leiden. Manager en juridisch coördinator Saskia Craenen maakt haar bureaulades leeg, want haar werk zit er bijna op. Door de beëindiging van de opvang van alle uitgeprocedeerde vluchtelingen in Leiden moeten cliënten elders opvang zoeken, tot verdriet van Craenen en voorzitter Henk Boting. Zij vrezen dat niet iedereen in bijvoorbeeld Rotterdam terecht kan. ,,Dit gaat zeker mislukken’’, stelt Craenen ontstemd. ,,Mensen vallen tussen de wal en het schip.’’

Henk Boting legt uit voor welke groep de regeling funest is. ,,Suïcidale mensen bijvoorbeeld kunnen in Rotterdam niet terecht. Die vangen wij op, maar hoe moet dat verder als STUV per 1 augustus 2020 haar deuren sluit? Na ons is er niets voor hen. Daarnaast bestaat de kans dat uitgeprocedeerde vluchtelingen uit Rotterdam naar Leiden terugkeren als de opvang daar – alleen ‘s nachts – tegenvalt. Of erger nog: als ‘Rotterdam’ vaststelt dat er geen enkel perspectief meer is en betrokkene uiteindelijk op straat wordt gezet. Maar wie moet hier voor hen knokken als alles weg is?’’

De naam Henri Lenferink valt, de burgemeester van ‘compassiestad Leiden’. Hij bood op de landelijke televisie genereus aan om 25 weeskinderen van het Griekse eiland Lesbos op te nemen. Henk Boting kan die handelwijze moeilijk rijmen met het gemak waarmee het gemeentebestuur de gehele opvang en zorg uit handen heeft laten glippen. ,,De gemeente mist toch de nodige empathie’’, zo fulmineert hij. ,,Dit was een gemakkelijke bezuiniging. Uitgeprocedeerde vluchtelingen is nu eenmaal geen sexy onderwerp. Terwijl zij in mijn ogen vergelijkbaar zijn met reguliere daklozen, maar dan zonder papiertje.’’

Manager en juridisch coördinator Craenen – die op zoek moet naar een andere baan – laakt de wijze waarop STUV in het stadhuis voor het blok werd gezet. ,,Op een achternamiddag werd ons een bezuiniging in het sociaal domein meegedeeld. Natuurlijk beseffen wij dat 7 ton per jaar veel geld is. Ook wij zien het belang in van financiële ondersteuning voor mensen die bijvoorbeeld langdurig in de bijstand zitten of gehandicapten. Maar waar blijft de menselijke maat? Hoe kan een ernstig getraumatiseerde Afghaanse man met een alcoholprobleem en twee kinderen terugkeren naar zijn land waar de Taliban de dienst uitmaken? Zij zullen hem ongetwijfeld niet met open armen ontvangen. En opvang in Rotterdam gaat echt niet lukken; dat weten we nu al.’’

Volgens het bevlogen STUV-duo had de gemeente ‘met een klein beetje subsidie’ een hoop ellende kunnen voorkomen. Voor gemiddeld een stuk of vijf psychisch of fysiek zieke vluchtelingen (op een totaal van 24) zonder perspectief op verblijf of terugkeer naar hun thuisland zouden Craenen en Boting en voor een deskundige adviesfunctie zich graag sterk maken, maar dat kan alleen als er in Leiden nog iets van een voorziening overblijft. Met de streep door de opvang is echter straks meteen ook STUV ter ziele, vreest Boting. ,,In twintig jaar zijn wij uitgegroeid tot een ankerplek. Ook ex-cliënten komen nogal eens terug. Om even bij te praten, of om juridisch of maatschappelijk advies in te winnen. Maar door dit raadsbesluit zijn we terug bij af. In compassiestad Leiden dreigen mensen weer op straat te belanden, al is er geen partij die dat wil.’’ Door de opvang die STUV bood, vult Craenen aan, had de stad geen last van uitgeprocedeerde vluchtelingen. ,,Wij hebben zelfs 11 verblijfsvergunningen geregeld en de overige vingen wij op.’’

Boting: ,,We hebben, in opdracht van de gemeente Leiden, keihard gewerkt om dit centrum van de grond te tillen. Geen dure externe ondersteuning. Gewoon allerlei deskundigen binnen en buiten de stichting die zich belangeloos hebben ingezet. Een fantastische ploeg mensen; staf, vrijwilligers en bestuur. Honderden, vaak onbetaalde, uren. En een paar jaar later mogen we alles weer afbreken.”

Die herinnering is voor Craenen en Boting een schrale troost als zij in een vrijwel leeg gebouw nog eenmaal een Von Münchhausen-bijeenkomst faciliteren, gesteld dat de corona-crisis zo’n bijeenkomst toelaat. Zelfs de vluchteling-kok is dan waarschijnlijk vertrokken. ,,Daar valt wel een mouw aan te passen’’, besluit Craenen pragmatisch. Het zal die maandag niet bij water en brood alleen blijven. Maar een bed en wat aandacht voor ‘onplaatsbaren’ is in Leiden voortaan ver te zoeken.

Door Tim Brouwer de Koning