Dit manifest is tot stand gekomen op basis van overleg tussen een aantal Leidse organisaties. Het manifest is de eerste stap op weg naar een gezamenlijke ketenaanpak rond de vier componenten wonen, werken, leren en zorg.

De Von Münchhausenbeweging: Beweging voor Ketensamenwerking

Tussen wal en schip

Leiden kent een aanzienlijke groep kwetsbare bewoners die zichzelf binnen de bestaande kaders moeilijk staande weet te houden. Het gaat zowel om bewoners met een blijvende handicap als bewoners die zich tijdelijk in een afhankelijke situatie bevinden. Het ontbreekt de groep aan een gezond sociaal netwerk dat ondersteuning geeft op momenten waar dit nodig is. Vaak door een opeenvolging van verkeerde invloeden (slechte buurt,verkeerde vrienden, ouders die niet naar je omkijken, schulden, geen vaste verblijfplaats e.d.) krijgen deze bewoners een gekneusd vertrouwen in zichzelf en de samenleving; succes is een fenomeen dat de groep niet tot nauwelijks heeft gekend. Onze huidige maatschappij gaat uit van principes als participatie en zelfredzaamheid (‘als men een kader heeft, dan redt men het wel’). De praktijk wijst echter uit dat er een groep burgers tussen ‘wal en schip’ valt. Deze burgers zijn tijdelijk of structureel afhankelijk van anderen voor de regie over hun leven.

Momenteel zijn instellingen in Leiden niet in staat om het juiste te bieden voor deze bewoners. Met het onderbrengen in een traject zijn de mensen namelijk niet ‘gered’. Veel goede initiatieven dragen hun steentje bij, maar bieden geen totaaloplossing. Het betreft vaak ad hoc projecten, die zich beperken tot één deelaspect van het probleem (of één fase in het leven). Dit terwijl de behoefte van bewoners ligt in een totaalpakket waar niet alleen zorg, maar bijvoorbeeld ook wonen, werken en/ of leren een integraal deel van uitmaken. Naast het tijdelijke karakter van oplossingen, staat de afstemming tussen organisaties (denken vanuit een eigen gerichtheid) en bureaucratie het belang van de doelgroep in de weg. Er is geen routine in het snijvlak tussen wonen, werken, leren en zorg. Casemanagers staan in Leiden voor een onmogelijke klus; ze hebben met te veel organisaties en belangen te maken. Daarbij komt ook dat de ondersteuningsbehoefte de beschikbare capaciteit ver overstijgt.

Het gevolg: er komen vierkante oplossingen voor ronde problemen.

Binnen de verslavingszorg betekent het bijvoorbeeld dat de effecten van verleende zorg kapot vallen op het moment dat mensen buiten de voorziening op eigen kracht verder moeten gaan. Het lukt dan niet om aan huisvesting te komen of een baan te vinden. Al het goede, dat is opgebouwd, breekt al snel weer af.

samenwerkingsverbanden van verschillende organisaties zoals gemeenten, opleidingsinstituten, zorg- en welzijnsinstellingen, woningcorporaties enz. gebaseerd op gelijkwaardigheid en erkenning van onderlinge afhankelijkheid bij het verbeteren van de zorg-, hulp- en/of dienstverlening aan de burger.

Een voorbeeld uit de Rotterdamse praktijk…

Rosita is een alleenstaande jonge vrouw van twintig jaar. Ze heeft een dochtertje van één jaar oud. Eind 2004 moest Rosita haar woning verlaten omdat haar moeder, met wie ze altijd heeft samen gewoond, terug naar Suriname vertrok. Sindsdien is ze dakloos. Wegens het ontbreken van familiebanden kan ze niet in haar eigen netwerk geplaatst worden. Rosita is in het bezit van een woonpas en reageert trouw op alle advertenties. Dit heeft echter tot dusver nog niets opgeleverd. Ze reageert ook op particuliere woningen, maar die zijn voor haar te duur. Omdat ze als leerling bij één van de ROC’s geregistreerd staat, kan ze geen aanspraak maken op een uitkering. Een medewerker van de gemeente begeleidt Rosita bij het vinden van een woning, maar het blijkt een zeer moeizaam traject. De laatste mogelijkheid is het aanvragen van urgentie op grond van afhankelijkheid van de moeder. Echter ook dit zal geen effect hebben omdat Rosita een kindje heeft. Het ziet er nu naar uit dat Rosita eind van het jaar bij Vrouwenopvang terecht komt (gebaseerd op een bestaand dossier).

Binnen de boot houden

Met dit manifest erkennen wij dat er in Leiden een kwetsbare groep bewoners is die niet op eigen kracht Leidenaar kan zijn. Dit is normaal, het is een structureel gegeven. Deze mensen zijn niet minder dan anderen, ze horen er helemaal bij. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat deze mensen zich zo goed mogelijk kunnen bewegen in de stad en dat in Leiden niemand buiten de boot valt.

De ambitie is om een gezamenlijke keten te organiseren rondom de vier componenten:wonen, werken, leren en zorg Vanuit eigen energie en creativiteit wordt op zoek gegaan naar steunsystemen voor mensen die dit zelf niet kunnen realiseren. Doel is om te komen tot een lange termijn oplossing die het projectniveau overstijgt.

Kwetsbaar met kansen

De Von Münchhausenbeweging: Beweging voor Ketensamenwerking Kwetsbaar met kansen De doelgroep bestaat uit mensen met kansen, het zijn mensen die het nodige kunnen. Ze kunnen waardevol zijn, maar hebben hierbij hulp en begeleiding nodig. Het is zowel maatschappelijk als economisch van groot belang dat talenten in Leiden benut worden. Dit zorgt voor een vorm van participatie, vermindering van isolement en vermindering van overlast. Het is doelmatiger dan de huidige aanpak en bovendien fatsoenlijker naar de mensen.

Er kan niet worden gesproken over één doelgroep of één homogene populatie. Het gaat om individuen die we terugvinden op verschillende plekken en in verschillende leeftijdsgroepen. De problematiek varieert van zeer licht tot zeer intensief en de behoefte aan ondersteuning van tijdelijk tot permanent.

De doelgroep kan worden ingedeeld naar drie generaties:
1. jeugd/ jongeren
2. volwassenen
3. senioren

De vindplaats (waar kom je de doelgroep tegen?) en behoefte aan ondersteuning verschilt per generatie. In het algemeen geldt: hoe ouder de groep, hoe ingewikkelder de oplossing. Tijdige signalering is daarom van belang. Met name jongeren van 16 tot 23 jaar vormen een cruciale groep die veel aandacht vraagt. Het is een groep die niet meer leerplichtig is en waar de situatie snel van kwaad tot erger wordt. Juist in deze leeftijd is het van belang dat jongeren niet stilstaan maar leren of tijdig beginnen met werken. Zo niet, dan zijn ze al snel te duur en/of om andere redenen oninteressant voor de arbeidsmarkt. Het is dan te laat.

Vanuit de mens ontstaat

De keten vereist één gezamenlijk vertrekpunt: het belang van de mens staat centraal. Dit uitgangspunt wordt door elke organisatie erkend en gerespecteerd. Eigen organisatiedoelen en/of kaders mogen het gezamenlijke doel niet in de weg staan. De grootste valkuil is dan ook om vanuit eigen doelen te kijken en te sterk hieraan vast te houden. Geen van de organisaties mag vervallen in het denken vanuit één onderdeel, namelijk wonen, werken, leren of zorg. Voor het bereiken van het gemeenschappelijke doel zijn we afhankelijk van elkaar; elke individuele organisatie draagt bij aan het succes van de andere organisaties. De winst van de keten zit in de totaaloplossing, die organisaties niet los van elkaar kunnen bieden. Burgers hebben ons gezamenlijk nodig.

Waar een wil is, is een weg

De oplossing ligt in het organiseren van succes. Dit betekent per persoon op zoek gaan naar datgene wat iemand nodig heeft om te kunnen slagen en eruit halen wat erin zit. Hierbij wordt gedacht vanuit het beste, vanuit de kansen die een persoon heeft. Wij hanteren hierbij als uitgangspunt: waar een wil is, is een weg.

Vier componenten; de perfecte eenheid

Het ‘klavertje vier’ staat symbool voor de perfecte eenheid. Wij zijn ervan overtuigd dat ook de vier elementen wonen, werken, leren en zorg elkaar kunnen aanvullen en versterken tot een succesvolle eenheid.

Zowel wonen als zorg zijn basale levensvoorwaarden; zonder gezondheid en een dak boven het hoofd kan een persoon niet goed functioneren. De elementen werk en leren zorgen voor levensvreugde en dragen bij aan het ritme van mensen. Werk is de beste manier om te integreren en participeren in de samenleving en geeft mensen identiteit.

Elk van de vier componenten is van belang bij het opbouwen van een positie in de Leidse samenleving. In de vier onderdelen kan geen rangorde worden aangebracht; het zijn zaken die elkaar vooronderstellen. Zo is ‘een dak boven het hoofd’ een basale levensvoorwaarde, maar zorgt een baan weer voor behoud van woonruimte. Ook kan een huis en/of baan ervoor zorgen dat behaalde effecten in de zorg behouden blijven.

Afhankelijk van de situatie van een persoon zal de noodzaak tot ondersteuning door één of meer van de vier pilaren groter of kleiner zijn. Organisaties kunnen versterkende factoren creëren door het bundelen van kwaliteit. Succesvolle projectvoorbeelden als foyers en woon-werk voorzieningen zijn hiervan het bewijs.

Een eigen anker

Het behoud van een ‘eigen anker’ in elke organisatie is noodzakelijk voor een succesvolle samenwerking en afstemming op langere termijn. Er zal bewust niét worden gekozen voor een centraal platform voor coördinatie en uitvoering van de gemeenschappelijke keten. Hierbij wordt het idee losgelaten dat één persoon of instantie de regierol op zich moet nemen. De problematiek is hiervoor te complex. In plaats daarvan zal worden gezocht naar een organisatievorm waarbij elke organisatie eigen verantwoordelijkheden heeft. De kunst is om over de eigen organisatie te werken vanuit de eigen organisatie. Hiertoe zullen mensen op de werkvloer bij elkaar worden gebracht.

Zien en in zicht blijven

De samenwerking staat of valt bij de informatie-uitwisseling tussen organisaties. Het gaat hierbij om het tijdig opvangen en uitwisselen van signalen over de doelgroep (waar? hoe groot? welke ondersteuning is nodig?), maar ook het (willen) toelaten van andere organisaties tot het eigen procesgebied. Van belang is dat zuinig wordt omgegaan met dossiers en dat deze nooit uit het zicht verdwijnen/ uit de handen vallen. De kunst hierbij is om informatie bij de organisatie te laten blijven en te ontsluiten voor anderen.

Geen woorden maar daden

Dit manifest legt het eerste fundament voor een gezamenlijke Leidse aanpak rond de componenten wonen, werken, leren en zorg. Ondergetekenden zijn bereid om een actieve rol te spelen in de keten en zijn bereid om hiervoor middelen vrij te maken. Met dit manifest willen we zoveel mogelijk andere organisaties in ons werkveld inspireren en insluiten. Hiertoe zullen we ieder in eigen kring het gesprek aangaan met potentiële partners.

Doel is vervolgens om het klaverblad door de hele stad heen breed en systematisch vorm en inhoud te geven.

Uit het moeras

Wij zijn bereid om onszelf, zoals de Baron Von Münchhausen in de 18e eeuw deed, aan de haren uit het moeras omhoog te trekken. We accepteren de huidige status niet en gaan ervoor om deze beter te maken!

De tocht die ons voor ogen staat, willen we graag met onze beroepsgenoten ondernemen. Daarom roepen we andere organisaties in Leiden op om zich bij dit manifest aan te sluiten.

Het organiseren van succes betekent: het respecteren van elkaars expertise en verder een lange adem, gedrevenheid, betrokkenheid en passie!

Bron: http://www.munchhausenrotterdam.nl/index.php/-von-muenchhausen/muenchhausen-manifest in een lichte Leidse bewerking.